NieuwsOverzicht criteria PlanetProof melkvee

Overzicht criterium PlanetProof melkvee

Bij het melk keurmerk ‘On the way to PlanetProof’ dient iedere melkveehouder zich te houden aan de criteria die zijn opgesteld en ieder jaar worden ingezien door Stichting Milieukeur (SMK). De boeren die dit keurmerk in bezit hebben voldoen aan uiteenlopende eisen opo het gebied van melkkwaliteit, biodiversiteit, kringloop indicatoren, natuur & landschap, klimaat, dierenwelzijn en diergezondheid. Evenals als voor het jongvee gelden er ook regels voor het dierenwelzijn en diergezondheid van melkgevende en droogstaande koeien. Bovenop de bestaande criteria komen er in het huidige jaar (2023), 2024, 2025 en 2028 nieuwe of aangescherpte normen bij. De besproken punten worden eveneens gemarkeerd in het gedeelde bestand.

mxmphoto®1_-171_700x650_acf_cropped

Opbouwend criterium

De gemiddelde levensduur bij melkkoeien dient in de komende jaren opgebouwd te worden naar een gemiddelde van 5 jaar en 5 maanden. In het voorbije jaar (2022) lag de norm op een gemiddelde van 5 jaar en 3 maanden en in het huidige kalenderjaar op een gemiddelde van 5 jaar en 4 maanden. In 2024 wordt het niveau naar 5 jaar en 5 maanden gebracht. In de jaren die volgen na 2024 wordt verwacht dat de gemiddelde levensduur langzamerhand richting de 6 jaar dient te gaan.

Bestaande eisen (per ingang 2023)

Een bestaande eis is gericht op de huisvesting type voor de koeien. Om de beweging en natuurlijk gedrag te stimuleren mag er geen gebruik gemaakt worden van permanente huisvesting in een grupstal of een andere vorm van een aanbindsysteem. Er kan wel gebruik gemaakt worden van een aanbindsysteem om een handeling te verrichten, bijvoorbeeld klauwbekappen, temperaturen, (ziekte) behandeling, insemineren, drachtcontrole en vaccinatie. In het geval de koeien gehuisvest worden in een ligboxenstal geld dat ieder dier 1 ligplaats heeft. Bij een vrijloopstal wordt aangehouden dat ieder dier minstens 8 m² ruimte dient te hebben. Hiervoor wordt de oppervlakte wat ingestrooid is berekent exclusief de melkstal, weidepercelen en roostervloer.

De jaarlijkse weideperiode wordt sinds het eerste jaar van het keurmerk gehanteerd. Bij het weiden dienen de melkkoeien minimaal 720 uur over 120 dagen per jaar te weiden. Hierbij geldt dat er per 10 melkkoeien minimaal 1 hectare huiskavel is. In het geval er niet voldaan kan worden aan 6 uur weiden per dag, mag de veehouder de 720 weide uren verspreiden over meer weidedagen.

Er dient een periodieke Melkproductieregistratie (MPR) uit te voeren en/of het gebruik van geleidbaarheidsmetingen in een automatisch melksysteem (AMS) of melkstal. De controle wordt minimaal elke zes weken herhaald. De data kan de boer en/of adviseur meer inzicht geven in de uiergezondheid, waardoor eventueel kan worden besloten om behandelingen te doen of aanpassingen in het management door te voeren.

De status van de diergezondheidsmonitor wordt berekend op basis van gegevens uit KoeData, die gegevens bevat over rundersterfte, kalversterfte, gezondheidsstatus, nieuwe mastitis voorkomingen en celgetal. Voor de hantering geldt een minimale score van 70 punten. De monitoring en controle dienen als waarborging voor een minimale mate van goede diergezondheid. Hoe de status beoordeeld wordt, is te vinden in de bijlage onderaan de pagina (artikelnummer 4.2).

Aanvullend op de monitor dient een dierarts twee maal per jaar een dierenwelzijnscontrole uit te voeren. Eenmaal voor het KoeKompas en de tweede keer voor de evaluatie van het koekompas. In het KoeKompas wordt de veehouder beoordeeld op voeding en water, huisvesting, dierwelzijn, melken, werkroutines, jongveeopfok en diergezondheid, die worden beoordeeld aan de hand van het Handboek KoeKompas.

De verzorging voor gezonde klauwen wordt bewerkstelligd door kennis en kunnen van de melkveehouder, waarbij klauwbekappen, huisvesting en management belangrijk zijn. Het is verplicht om melkgevend vee minimaal één keer per jaar te bekappen door een gecertificeerde bekapper of de veehouder zelf. Als de boer zelf kiest om te bekappen, is het van belang om in bezit te zijn of te volgen van een geldend cursuscertificaat die 5 jaar geldig is. In het geval u al ruim ervaring heeft in klauwbekappen, maar geen (geldig) certificaat heeft, moet binnen 2 jaar een opfriscursus behaald worden. De cursus mag gevolgd wordt bij een gecertificeerde bekapper die ingeschreven staat bij Vereniging Voor Rundvee Pedicure (VVRP) of een cursus die erkent is door SMK. Het bekapte dier en eventuele afwijkingen/behandelingen mag de boer op een eigen manier, invullen van PlanetProof registratieformulier klauwaandoeningen of met Digiklauw bijhouden worden.

In de loopruimtes van de koeien is de aanwezigheid van een elektrische aangedreven roterende koeborstel verplicht. De norm is om 1 zo’n borstel per 70 melkkoeien te hanteren, waarbij de droge koeien een vaste borstel met een verticale en horizontale kant voldoende is. In de afkalf- en ziekenstal hoeft geen borstel aanwezig te zijn.

Verder is een recente toevoeging het bijwonen van een activiteit die de kennis op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid stimuleert. Als veehouder kun je hieraan voldoen door een (opfris)cursus bij te wonen, wat gecombineerd mag worden met een cursus klauwbekappen (zie 4.6). Er wordt eveneens aan deze eis voldaan door actief deel te nemen aan een studieclub waarbij minimaal één bijeenkomst per jaar bij wordt gewoond. Tevens mag er een cursus gevolgd worden over dierenwelzijn en gezondheid met een geldigheid van 5 jaar. De voorwaarden voor de cursus zijn de aanwezigheid van een deskundige, minimale duur van 3 uur theorie en 3 uur praktijk, interactie tussen cursist en deelnemer, informatie over handelingen op dieren en de relatie van goede dierverzorging met financiële- en productieresultaten. De norm is om minimaal 1 bijeenkomst per jaar bij te wonen of in het bezit te zijn van een geldig cursuscertificaat. Let op in het geval er sprake is van personeel moet iedere dierverzorger ook aan de eis voldoen. Link naar erkende cursussen.

Regels met ingang van 2025

Met ingang van 2025 wordt een nieuw criterium toegevoegd die betrekking heeft tot de boxbedekking voor melkkoeien en droge koeien. Het materiaal waaruit dit bestaat moet indrukbaar en droog zijn, wat ingevuld kan worden met een mat, (gel)matras of waterbed dat voldoet aan de DLG-testuitslag ++. Om te voldoen geld eveneens het gebruik van een diepstrooisel box die minimaal 15 cm hoog is, de strooiselkeringsrand niet meer dan 3 cm uitsteekt en er geen kale plekken zijn. Een combinatie van een mat of matras (DLG-testuitslag +) met diepstrooisel is toegestaan als er 8 cm of hoger ingestrooid is. Op bedrijven met een vrijloopstal geld een ingestrooid bed dat 10 cm dik is. Op aanvulling van het ligbed worden er minimale ligboxafmetingen geïntroduceerd om de beweging van een koe in de box te verruimen. De lengte van het ligbed is minimaal 1,70 m exclusief de afmeting van de strooiselkering en knieboom De breedte is van hard tot hard minimaal 1,10 m. Let op bij koeien met een maximale schofthoogte van 1,40 m mag de basisnorm afwijken, waardoor totale boxlengte 20 cm korter, de lengte van het ligbed 1,65 m en de breedte 10 cm smaller mogen zijn. Tevens mogen in de afkalfstal vanaf dit kalanderjaar geen ligboxen meer aanwezig zijn.

De grip van de loopvloeren tussen de boxen, achter voerhek en in de wachtruimte dienen vanaf 2025 een minimale profieldiepte te hebben van 2 mm of een zachte indrukbare toplaag. De rooster vloer met grip dient aangebracht te worden met sleuven in lengte, honingraat of blokken en de stroefheid heeft een minimale Floor Slide Control waarde (FSC) van 0,60, volgens werkwijze: NTA 7909. De roosters met een indrukbare laag is minimaal bij rubber 16 mm dik, 10 cm dik bij stro en 10 cm dik bij zand. Bekijk de volgende link voor lokaal opruwen van uw loopvloeren.

Hittestress heeft in meerdere aspecten negatieve invloed op de koeien, onder andere een verminderde loop- en vreetactiviteit, lagere melkproductie en een verslechterde gezondheid. Per 1 januari 2025 komt er nieuwe criterium om minimaal één functionerende voorziening aan te brengen in de stal die hittestress tegengaat, de mogelijkheden zijn dakisolatie, licht gekleurd of reflecterend dak, ventilatoren, sproeisysteem op het dak, sproeisysteem in de stal en/of een vernevelingssysteem, Zie 4.23 voor specificatie. Tevens wordt in 2025 verwacht dat de stal daglichtinlaat heeft voor dag- en nachtritme.

Regels met ingang van 2028

Een eis die per 2028 ingaat is om de drinkgelegenheid ruim aan te bieden. De regel komt overeen met de uiterste score van de Koekompas, waarbij de bezetting per drinkbak maximaal 30 koeien is met een minimum van 7 cm per melkkoe. Bij het gebruik van sneldrinkers mogen er maximaal 15 melkkoeien op. De norm bij de droge koeien wordt gehanteerd om minimaal 2 fdrinkpunten te hebben, maar ligt de keuze voor het soortdrinkpunt bij de boer zelf.

Een aanvulling op een eerder toegevoegd criterium in 2025 is de minimale daglichtinlaat in de stal. Vanaf 2028 moet in alle stallen waar melkkoeien en droge koeien staan minimaal 10% van de vloeroppervlakte gelijk zijn aan oppervlakte voor daglichtinlaat. Het percentage lichtinlaat wordt berekent door de oppervlakte van de horizontale lichtinlaat (dakramen, nok) en verticale lichtinlaat (ramen, lichtrooster, open muur) te delen met de ruimte oppervlakte waar de dieren verblijven inclusief voergang. Let op de oppervlakte van de verticale lichtinlaat telt als de helft van wat gemeten is ten opzichte van horizontale lichtinlaat. Deuren en windbreekgaas worden alleen mee berekent als het automatisch afgestemd is op klimaat of overdag altijd geopend is.

De aanwezigheid van een afkalfstal wordt in 2028 toegevoegd aan het certificatieprogramma.  De eisen voor de stal zijn visueel contact met andere dieren, per ruimte één drink- en voervoorziening, mogelijkheid tot mobiel melken of naast gelegen melkstal en een minimale ingestrooide oppervlakte van 10m2 maal 3% van de totale aantal koeien. Ter vervanging van strooisel mag een afkalfmatras aangelegd worden, mits dit uit één geheel bestaat en het voldoet aan de DLG-testuitslag ++.

Naast een afkalfstal is de aanwezigheid van een aparte ziekenstal verplicht om het herstel van een zieke of kreupele koe zo goed mogelijk te stimuleren. De ruimte voldoet minimaal aan een oppervlakte van 10 m2 per dier, visueel contact met andere dieren, minimaal 1 drink- en voerplek, mobiel melken of naast gelegen melkput en dient te zijn voorzien van een afdak en minimaal 2 wanden.

Lader Aan het laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab

 

Schrijver Stalinrichting

Schrijver bied stalgerichte producten aan die van toepassing zijn in de PlanetProof regelgeving voor melk- en jongvee. We komen graag met u in gesprek om levering op maat te maken. Mocht u interesse hebben kijk gerust in onze assortiment of neem contact op met één van onze specialisten.

Vraag onze
brochure aan

Bent u nieuwsgierig naar onze producten? Vraag hier gratis en vrijblijvend onze brochure aan!

Brochure aanvragen

Ontwerp-zonder-titel-19_200x200_acf_cropped

Volg ons via social media

© 2020 Schrijver Stalinrichting